Okt 232013
 

wifidingDat was de derde in drie weken, vanmiddag belde weer iemand op met een wifi-probleem, en of we dat kunnen oplossen. Zo wijs is dat! Het telefoontje bewijst minstens ook dat we goed zijn in zoekoptimalisatie, google, zoekmachines ed. En het bewijst ook dat we drie jaar geleden het goede besluit namen.

Je hebt dat wel eens met bedrijven, dat ze verkopen waar ze zelf niet goed in zijn. Reclamebureau’s bijvoorbeeld, en dan vooral die bureau’s die je nog nooit iets aansprekends hebt zien maken. Dat je denkt, goh dat kan ik nou ook wel of dat ze morgen scoren met een idee dat je ze vandaag tijdens een netwerkbijeenkomst gratis aan de hand deed. En wat dacht je van accountants die rechtszaken aan de broek krijgen vanwege malversaties en slechte adviezen? Dat werk.

Wij roepen al een tijd dat we goed zijn in Google, en dat blijkt nu ook even zo te zijn. Want we worden gevonden mensen, jullie bellen ons op omdat je ons vindt op het internet. Als je een wifi probleem hebt, en op zoek bent naar een wi-fi expert, een wifi specialist, dan kom je bij ons uit. Mensen googelen met zo’n probleem en wij komen regelmatig tevoorschijn.

Dat is een kick, elke keer weer.

We weten nu ook dat er niemand is die zoekt op ‘systeembeheer’. Dat is geen zoekterm, dat is iets voor de mond-op-mond reclame. En mensen zoeken ook niet op app ontwikkeling, of op webshop. Nou ja, misschien doen ze dat wel, maar dan komen ze nog niet bij ons uit. Maar met wi-fi komen ze wel bij ons.

Kwestie van de juiste zoekwoorden intikken.

Was het maar zo simpel want vaak weet je die zoekwoorden niet, of je denkt dat je ze weet maar de klant gebruikt ze niet, en dan heb je er nog steeds niets aan. Zoeken op internet is mind boggling, verplaats je in het hoofd van de zoeker en zoek uit wat hij gaat zeggen. Lekker hè? En dan opeens blijkt een heel overzichtelijk project gewoon niet te lukken, gewoon niet, wat we ook doen, hij komt niet hoger dan pagina 3.

Er is niets zeker in het leven, en zeker de resultaten van zoekmachineoptimalisatie niet.

Maar toch…

Drie jaar geleden bedacht ik me dat we iets met wi-fi moesten gaan doen. Ik zag daar brood in en veronderstelde dat de vraag ernaar zou toenemen. We hebben expertise opgedaan, we zijn op ons bek gegaan, raakten gefrustreerd en vonden de oplossing. Precies op het moment dat wij zo ongeveer alles aan kunnen op wifi gebied slaat de Google motor aan en komen mensen vanzelf bij ons langs met de vraag ‘kan jij dat wifi ding voor ons fixen?” Een winkelcentrum, een particulier, nog een winkelcentrum, een festival, een museum, een kerktoren, een kerkgenootschap.

Nou terecht ook hoor, we zijn goed in wi-fi, we leggen in no time een wi-fi netwerk aan dat het altijd doet en niet zeurt over stalen balken of problemen heeft met betonnen wanden. Groot, klein? Geen probleem. Veilig en afgeschermd, uiteraard en tegen een zeer acceptabele prijs, voor zowel de long run als voor incidentele projecten, in het hele land maar ook daar buiten.

Maar  hoe waar dit allemaal ook is, het heeft vooral te maken met de tijd die rijp is. Als ik op Linkedin meld dat we een netwerk aan het aanleggen zijn bij een tandarts zien 30 mensen het, als ik vertel dat we wifi mogen aanleggen in een winkelcentrum zien 140 mensen het. ’t Is hot.

De conclusie is dat je eventjes succes hebt als alle variabelen goed staan. Prijs, Plaats, Product, Promotie. Niks nieuws eigenlijk.

En morgen beginnen we dan gewoon weer opnieuw.

Want binnenkort komen de bedrijfjes die niet die lange leerweg hebben afgesjokt maar wel graag meeliften op de toenemende vraag.

 

 Posted by on 23 oktober 2013 at 09:22  Reacties staat uit voor Gevonden worden op Google en dat ze je dan vragen mooie wifi projecten te doen, dat is cool
Okt 222013
 

yeswescan

Belde je in december 2012 met iemand die op een NSA-lijst stond dan heb je misschien een probleem. Zeker als je net een huis gekocht hebt en daarvoor je levensverzekering verhoogde en nu net een enkeltje LA scoorde omdat je van plan bent via Tokio en Singapore terug te reizen. Allemaal vrij logisch maar als iemand zich ongenood in jouw informatie waagt kan het leiden tot enorme misverstanden.

Niet in andermans spullen neuzen, niet lezen wat niet voor jou bedoeld is. Al sinds mijn puberteit zijn dat mijn grondregels. Niet doen, want doe je ’t toch dan slaat het op je terug. Wat niet weet wat niet deert, het was niet voor jouw oortjes bestemd.

Die Amerikanen bemoeien zich met dingen die hen niet aangaan en trekken conclusies die je alleen kunt trekkenals je info verzamelt zonder de context in ogenschouw te nemen. Jaja, “ieder land spioneert”, zeggen ze maar dat is achteraf rechtlullen wat al lang krom is. Blijf met je fikken uit mijn bureaula!

Oh, jij hebt niets te verbergen en de NSA mag dat allemaal best weten? Daar kan je nog wel eens raar van opkijken, want jij weet helemaal niet of je wat te verbergen hebt. Het leven is niet hetzelfde als morgen, de moraal van nu is zeker niet gelijk aan die van over tien jaar. In de sixties liepen vrouwen zonder bh, dat zie je nu heel soms nog bij een vrouw van in de sixties. En wist je dat in de 70’s heel coulant met pedofilie werd omgegaan? Toen rookte iedereen ook nog eens, ook op tv. Doen ze nu niet meer. Wat jij nu doodonschuldig vindt kan je over 10 jaar maar zo een gevangenisstraf opleveren.

Als iemand het te weten komt.

Niemand hoeft alles van je te weten, jij hebt je eigen privacy. Jij bent thuis anders dan op de zaak, in familiekring ben je veel luidruchtiger dan met je kinderen, je hebt verschillend gedrag voor verschillende gelegenheden. Je hebt ook verschillende waarheden. Tegen je vrouw zeg je sommige dingen niet terwijl je daar tegen je vrienden over opschept. Nee? Jij niet? Ach, natuurlijk wel. Jouw ik, mijn ik, dat is precies wat het is: privé, en zo privé als maar zijn kan ook:  jij bepaalt wat je naar buiten laat komen en wat je voor je houdt. Het hele idee van sociaal-zijn hangt daar mee samen, aan die schetenlatende en boerende vent is je vrouw misschien wel gewend maar je collega’s pikken dat niet.

Nu komt de NSA in jouw informatie neuzen en zij trekken conclusies die er niet zijn. Ze slaan het ergens op, je kunt er op een totaal onverwacht moment mee geconfronteerd worden. Klets je daar dan maar eens uit. Ze verzamelen at random, combineren en plakken aan elkaar en hebben daarbij geen respect voor de verschillende rollen die jij in je leven leeft. Mijn levensverzekering kan een probleem worden bij een douane ambtenaar op JFK omdat een of andere bureaucraat de verkeerde conclusies trekt. Vind ik niet grappig. Daarom moet de NSA met z’n nieuwsgierige vingertjes uit onze spullen blijven.

Ik heb niet eens iets te verbergen. Wil alleen wel graag mezelf blijven.

Het is niet alleen de NSA die spioneert. Wij hebben al jaren last van leergierige Chinezen die proberen onze databases-in-de-cloud open te maken. Is ze nog nooit gelukt (geloof ik) maar als er niet regelmatig ergens winst te boeken was, waren ze er al lang mee gestopt. Fransen en Duitsers doen het ongetwijfeld ook, er is een beerput open van geheime diensten en wannabe James Bond’s die allemaal met hun eigen reden aan het zoeken zijn in informatie die niet van hen is, en ook niet voor hen bedoeld is.

De wereld wordt er een onveilige plek van. Bemoei je met je eigen zaken en blijf uit mijn spullen. Want jij hebt vroeger als puber ook geleerd dat je beter niet kunt weten wat ze over je zeggen als je er niet bij bent.

Dankzij die Snowden is het zichtbaar. Dan wordt het nu tijd om met elkaar enorme stennis gaan schoppen.

 

PS De Correspondent schreef in 11 punten op waarom het wel degelijk erg is dat ze in je spullen zitten. De gedachtengang past bij mijn eigen denken, er is wat overlap.

 Posted by on 22 oktober 2013 at 00:12  Reacties staat uit voor De NSA neust in jouw en mijn spullen. Ik heb niets te verbergen en juist daarom moeten ze eruit blijven.  Tagged with:
Okt 022013
 

pg

Zonder muziek wil ik niet leven, en het maakt me niet eens zo veel uit welke muziek. Natuurlijk is niet alles heel goed maar ik hou al gauw van een gastje met een gitaar, en ook van concerten en festivals. Ik doe ’t al vanaf mijn 14e, misschien nog wel langer. Mijn ouders zongen in een koor, daar hadden ze lol in, lekker zingen en uitpakken tijdens de jaarlijkse uitvoering in de Rotterdamse Doelen. Bach, Brahms, Händel gaat er bij mij net zo lekker in als Supertramp, Neil Young, Franz Ferdinand, Bombino, Woodkid, Jay-Z of The Rag Trade. Oud of jong, hip of langzaam, muziek maakt me blij.

Wonderlijk is dat er een notie is dat muzikanten van boven de 50 oud zijn en dat je er dus niets meer van kunt verwachten. Mensen denken dat ze aan het eind van hun latijn zijn geloof ik. Fleetwood Mac komt en de reactie is niet “geweldig! daar heb ik het nog eens op gedaan!” (of zoiets) maar meest gehoord is “jeuhj, doen die het nog?” en “goh, de oudjes zijn op stap zeg” en dat dan meestal uit de mond van een man die net zo oud is als zij en ook nog gewoon moet werken voor zijn brood en in het geheel niet verwacht dat hij binnenkort op basis van dezelfde argumenten afgedankt wordt door zijn vrouw, kids of baas. Hij is toch prima bezig?

Waarom die muzikant dan wel afschrijven?

 

Maar dan zijn er de recensenten.

Peter Gabriel trad op in de Ziggo Dome en de recensenten kwamen niet verder dan “zijn gevorderde leeftijd, 63”, “al dat gedoe op het podium leidt alleen maar af van de muziek”, etc. Het was vooral: ‘schoenmaker hou je bij je leest, doe wat ik van je verwacht en hou verder je mond’.

Huh?

PG is een conceptueel kunstenaar die gelukkig muziek maakt maar daar altijd al een soort industriële kunst bij gebruikte. Ik zag ‘m destijds tijdens de tour rond zijn tweede soloalbum, hij danste in zwart leer gekleed op witte lichtbakken. Nu had hij kranen die het licht lieten zweven. In een nummer waarin hij beschrijft hoe hij klein en kwetsbaar is, ligt hij op de grond te zingen. De kranen komen aanrijden, gaan om hem heen staan, zetten hun lampen aan als lichtstralende ogen en beschermen hem. Industrieel, technisch, van ijzer en mechanisch, het beeldde dit nummer zo mooi uit.

De recensent van Het Parool was te druk met zichzelf, vond het allemaal maar gedoe.

Pinkpop2013 had dit jaar last van de kritiek van Atze de Vrieze, een journo van de VPRO die als mediapartner op PP13 aan het werk was. Hij schreef eigenlijk alleen maar dat PP overjarig en voorspelbaar is, een makkelijk geprogrammeerd ouderwets festival en dat het publiek dit echt niet meer wilde. Vrijwel alles werd afgekraakt. Terecht ging Jan Smeets in de aanval, met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig maar ook: het publiek had het perfect naar de zin. Ze komen immers niet voor niets naar dat festival: je weet wat je krijgt en hoe het gaat en dat vinden hordes mensen al veertig jaar fijn.

Op Into the Great Wide Open was de Vrieze iets beter gehumeurd maar ook daar vond hij het al snel te makkelijk en voorspelbaar. Op mijn vraag of hij nog wel genieten kan kreeg ik toch nog het antwoord dat hij enkele acts echt mooi had gevonden. Gelukkig maar.

Als recensent krijg je gratis toegang tot alles wat je maar wilt zien.

Als alles gratis is, als niets meer moeite kost… Alles van waarde is weerloos hè.

Ik zie ook steeds dezelfde gasten rondlopen, begrijp er niets van, hebben ze dan overal verstand van? Gijsbert Kamer van de Volksrant vindt de Foo Fighters helemaal niks maar dat weten we nu wel, dat hoeft hij van mij niet iedere keer te bewijzen. Waarom stuurt iemand een recensent die het niets boeit? Er is toch wel iemand anders die daar wel leuk over kan schrijven? Ik vind Lady Gaga grappig maar het boeit me niet dus als ik daar een recensie van moet schrijven gaat het niet goed komen. Hoop ik.

De recensent als Grote Roerganger, zit dat erachter? Aan de hand van de kritische recensies gaan festivaldirecteuren en boekers het voortaan helemaal anders en vernieuwend en beter en zo doen? Maar moet het allemaal wel vooruitstrevend, vernieuwend, geweldigallesverpletterend zijn en wie doen we daar een plezier mee? De betalende bezoeker of de spazierende recensent?

‘k Denk niet dat de organisatie van zo’n avond of festival daarop zit te wachten, die hebben al lang hun eigen idee over wat ze willen brengen en voeren dat plan gewoon uit. Van mij als liefhebben hoeft zo’n Grote Leider ook niet, laat me lekker! Ik wil genieten, ben fan, let me go. Ik ben enthousiast en ik wil niet de ochtend na een fantastische avond de krant wegleggen omdat er een zeikverhaal in staat.

Ik pleit voor een sabbatical: iedere zeven jaar gaat een recensent iets anders doen. Ga voor mijn part naar de filmredactie of schrijf over schilderkunst maar heb het een tijd niet over muziek. En ik vind ook dat recensenten hun eigen kaartjes moeten betalen maar dat zal wel een utopie blijven. Toch: als je er nooit voor betaalt is het jou niets waard, het kan niet anders dan dat je terugleest dat het je niks gekost heeft. Dat je er niets voor over had.

Uiteindelijk geldt voor muziek hetzelfde als voor je partner: je moet haar of hem wel geil vinden, anders komt het niet goed.

 

 

 Posted by on 2 oktober 2013 at 00:57  Reacties staat uit voor Reviews: Iedere zeven jaar gaat een recensent iets anders doen.