Mijn wieg stond aan de Hoflaan. Nummer 1, boven de rouwkamer in Kralingen, de wijk van Rotterdam waar het bombardement niet gekomen was. ‘ k Woonde er kort, mijn kleuterschool begon daarna nog in ook zo’n mooie wijk, Hillegersberg, maar daarna werd het de polder, en later Ommoord, mijn ouders trokken naar de nieuwbouw.
Men zegt dat ik een verwoestend Rotterdams accent had toen ik in Zwolle kwam wonen, vond dat zelf wel meevallen eigenlijk, maar de bloemenman die me vanmiddag op de van Beethovensingel een bosje tulpen inpakte wenste me zo sappig een prettige middag met zijn bloemen dat mijn antwoord onwillekeurig net zo sappig was.
‘k vind Rotterdam weer leuk. Toen ik een klein jochie was en naar de kapper moest op de Schenkel in Capelle was het overal vooral wederopbouw, hoe dat precies was weet ik eigenlijk niet, soms zie ik foto’s van kale vlakten maar die waren destijds blijkbaar zo normaal dat ik er geen beeld van heb. Ik herinner me die kapper wel, hij had van dat papier rond de hoofdsteun en knipte gruwelijk.
Rotterdam organiseerde in 1970 C70, ‘k was elf en reed die koninginnedag op mijn fiets met een wasknijper en kartonnetje heel hard door de straat lawaai te maken. De stad stond vol met van die glasvezel koepeltjes en overal was cultuur. Rond mijn 17e was de stad agressief, je werd waanzinnig slecht geholpen in winkels, een gote bek kon je krijgen. Uitgaan was een drama, er was nog niet zo veel en je reed je lam van de ene kant naar de andere. De Binnenweg was een slechte plek met heroinehoertjes, geweld en dope, de Kruiskade was domein van Surinaams Rotterdam en men zei dat je daar niet moest komen. Dat viel in de praktijk nog wel mee maar het gevoel was niet altijd even safe. Ik hing nog wel eens rond in La Vagabond, een kroeg aan het begin van de Binnenweg, veel muziek en zo. Was leuk, hij is daar nu weg en zit ergens verderop in een ander pand, er is heel slechte oude en vervallen 80′s nieuwbouw voor in de plaats gekomen.
Vijftien jaar later was de stad wel weer tof, mensen waren aardig en blij, maar toen was ik vertrokken en heb de rest van de ontwikkeling van de stad maar vanaf een afstandje meegemaakt. Ik kom er nu wel weer wat vaker, heb er een klant en geniet er van om er weer heen te rijden, rij er een stukje voor om.
Mijn pa had vroeger een zaak op de Freericksplaats en daar bracht ik veel tijd door. Vanmiddag wilde ik een bosje bloemen kopen voor een tante en bedacht me dat die Hillegersbergse bloemenkiosk nog daar op de Weissenbruchlaan moet staan. Klopte helemaal, net zoals dat de Aldi op de hoek van de Le Fèvre de Montigny er al 40 jaar zit en Kam Sang, de Chinees, er nog steeds bij hoort. De kiosk had geen bloemen maar ik zag in het wegrijden zo’n bordje staan, Prinses Beatrixplantsoen. In geen jaren gezien, ik rook de eenden, watervogels, de singel en zag het brugje dat over de sloot ligt. Vroeger ging ik daar vissen.
Hillegersberg, Kralingen, Schiebroek, 11o Morgen, de Argonautenweg, van Beethovensingel, Streksingel, de Molenlaan met die prachtige monumentale platanen, straten met namen als Borsatelaan (in schooljongenstaal de Borg Sateh laan), Terbregselaan, Straatweg, Berglustlaan maar ook Avenue Concordia, Kralingse Plaslaan, Jericholaan en 2e Jericholaan. Ik was het niet persé vergeten maar wat is Rotterdam toch een mooie stad.
De bloemenverkoper vanmiddag was in een goed humeur en hij ging er gewoon vanuit dat ik met zijn tulpen een prima middag ging hebben, en dus wenste hij me hartelijk een prettige blije middag.
Op z’n Rotterdams.





