
We zitten al jaren op een bedrijventerrein. Voor ons pand knallen vrachtwagens over die betonnen driehoeken die de bosjes moeten beschermen, het regent bijna-ongelukken omdat rechts lang niet altijd voorrang heeft maar verder gaat ‘t best vaak goed, sinds 1998 nooit een dode en zelfs blikschade is te verwaarlozen. En er wil nog wel eens een malloot in een BMW M5 of een Dakar truck laten horen hoe ‘t met z’n testosteron is.
Binnenkort gaat ons terreintje op de schop, ze gaan het pimpen en mooi maken. Althans, dat heb ik van horen-zeggen, niemand heeft me een briefje gestuurd van ‘hoi, de straat gaat dicht en kijk, dit is de tekening’. Naar men zegt gaat het gebeuren als de andere ontsluitingsweg open gaat; er staan al bordjes in de straat met een F er op en dat duidt vast op “omleiding naar de Fokko Kortlanglaan”. Let op, kan niet lang meer duren.
Wilt u bij ons komen? Gebruik dan niet uw Tomtom, volg de F bordjes. Achterstevoren. Denk ik.
Wat doe ik op dat bedrijventerrein?
Waarom zit ik daar? Eigenlijk wil ik er wel eens weg. Ik geloof erin dat mensen en bedrijven gemengd wonen, niet mensen in een dorp en bedrijven op een terrein. Maar in 1998 was dit betaalbaar en daarom kwam ik er, de huren in het dorp waren veel te hoog. Inmiddels hou ik erg van mijn buurman maar ik vraag me steeds vaker af wat ik er verder nog doe. Mijn soort bedrijf moet niet op zo’n terrein zitten, we moeten ons in de kijker spelen, in de loop zitten. “Mensen kom binnen en pak een kopje thee, dan helpen we je even”.
Nieuwe economie
Sinds 2008 hebben we een nieuwe economie en de leegstand in het dorp begint nu serieuze vormen aan te nemen. Vijfentwintig panden staan leeg op 4 kilometer winkelgebied en zo had ik mijn begerig oog laten vallen op een voormalig winkelpand. Mooi met veel glas, op een goed punt, uitnodigend. Wel kleiner dan we nu hebben maar in het loopgebied. Ik vond het wel wat en had daarom een afspraak gemaakt met de verhuurder. Tijdens de rondleiding hoorde ik het al, de man had een prijs in zijn hoofd van ruim voor de crisis. Dat was jammer want ik had een modern bedrag bedacht.
Hij zat er niet mee zei hij. Hij kon het lijden en ging het wachten een tijd volhouden want huurders kwamen vast wel, en de huurprijs ging niet naar beneden. Later hoorde ik dat hij het bedrag verhoogd heeft ten opzichte van de huur die de vorige winkeliers betaalden.
Deze meneer zorgt voor leegstand omdat het hem uitkomt. In een dorp is dat onwenselijk, je moet het met elkaar leefbaar houden want anders loopt het leeg. In Ermelo was jarenlang een zomer-Blokker, met tuinstoelen en zo. Die staat nu ook leeg en is natuurlijk veel groter dan die kleine pandjes er omheen. Het resultaat van de leegstand is een grote lelijke zwarte vlek op een belangrijke plek en de verhuurder heeft er zo weinig voor over dat hij het pand niet eens heeft laten opruimen.
Tijden zijn veranderd, de huur(baas) nog niet
Ik wil graag het dorp in maar niet voor 24.000 euro op een C lokatie. Doe je me de helft dan kom ik praten. Vierentwintig mille kan je volgens mij sowieso vergeten, dat ga je niet meer verhuren, wake up! de wereld is veranderd, groei mee en pas je aan. Vijfentwintig lege winkels is nu al een ramp in een dorp maar het egoïsme, of de naïviteit, van de pandjesbaas zorgt voor verder toenemende leegstand en afnemende leefbaarheid. Let maar op, binnenkort gaat er een steen door de ruit.
Veel meer dan ‘Nieuw Winkelen’ of ‘Winkelen 2.0′ is het belangrijk dat consumenten zich fijn voelen in een dorp. Leegstand belemmert mensen om pret en plezier te maken, winkelstraten willen sprankelen en ondernemers en de gemeente moeten zich inspannen om gaten te vullen. Bomen, bankjes, gezelligheid, bier, straatorkesten en strijkjes, zorg altijd voor glimlachende klanten die het makkelijk vinden om geld bij je uit te geven. Geen centrum-manager maar elke twee jaar een nieuwe evenementenorganisator.
“Kom we gaan naar ‘t dorp want daar gebeurt altijd wat” is wat je wilt horen van je klanten.
Leegstand, lege straten en etalages en last minute boodschappen zijn killing voor een actief dorp, klanten knappen erop af. Als je het dan niet kunt verhuren beplak dan in ieder geval de ramen met een decoratieve print of vraag een lokale autodealer om er een tijdelijke showroom in te richten. Denk niet alleen aan jezelf, kleinere winkelpanden kan je ook short term verhuren, doe iets met muziek en beplanting, zet grote bomen neer en zet er bankjes bij. Ga voor kwaliteit en gezelligheid en doe dat ruimhartig.
Ik zie daar een actieve rol in voor de gemeente die met verhuurders gaat praten om de prijzen op een normaal niveau te krijgen. Dan kunnen die panden bezet worden door reclamebureaus, ICT-ers, detacheerders, marketing/promotiebedrijven en andere bedrijven die niet draaien op omzet per vierkante meter vloeroppervlak. Wat dat betekent voor de kwaliteit van je winkelgebied!
Met elkaar doe je dat. Want als je je onprettig voelt in je eigen omgeving ga je weg en ga je het ergens anders halen.
Nieuwe economie vraagt om nieuw denken en nieuwe verhoudingen, actieve gemeenten kunnen een voortrekkersrol spelen en snel weer voor consumenten aantrekkelijk worden.
Heel jaren vijftig, maar een setje dat met een kinderwagen door een bomenlaan wandelt is ten diepste toch wat je in je winkelcentrum wilt zien?


De week begon op maandag met een belletje naar Vodafone voor een nieuwe SIM. Prima, aardige jongen en de SIM zou met drie dagen wel in huis zijn. Toen er op de vierde dag niets was belden we maar eens op. Niemand bleek ergens van te weten, er was geen SIM aangevraagd en na wat gemopper werd besloten het ding dan maar op te halen in een winkel. Laat ik de ervaring die volgde samenvatten met de gedachte dat de kans op fraude in telefoonland wel heel groot moet zijn wil je je klanten dit allemaal aan doen. ID’s, je moet persoonlijk langs komen, als je geen contactpersoon hebt praten ze haast niet met je. Wil je enigszins flexibel zijn dan moet je blijkbaar je hele bedrijf, of hele afdelingen, als contactpersoon opgeven en waarschijnlijk ook inschrijven bij de KvK. Anders krijg je niets mee, krijg je niets gedaan en word je behandeld als een boef. En let op, dit gaat slechts om een simmetje dat aan een abonnement van 20 euro per maand vast zit met onbeperkt beltegoed en een beetje data.
Omdat ik er toch niet veel fiducie meer in had de volgende morgen even gebeld. Er was niets veranderd want ‘backoffice’ mag er 48 uur over doen om te reageren. Vierentwintig uur later bleek dat ‘backoffice’ aan het werk was geweest: van mijn order was geen spoor meer te bekennen. Dat klopt hoor, meldde het meisje me, want ‘backoffice’ kan niet wijzigen, ze kunnen alleen maar de order eruit gooien. Hoe ik dat te weten moet komen wist ze niet, we moesten maar opnieuw beginnen, fijn dat ik even gebeld had.
Ik capituleer. Ik zet mezelf op het formulier, ik zal voortaan alles zelf doen, teken altijd overal zelf voor en haal ieder simmetje natuurlijk zelf op, net zoals de directeur van Vodafone doet voor iedereen in zijn bedrijf. Als je het weet is het allemaal niet zo erg maak ik mezelf wijs, maar ondertussen ben ik door mijn leverancier wel als potentiële fraudeur behandeld en heeft deze hele excercitie me minstens 1.000 euro aan niet gewerkte en wel verbelde uren gekost.

