We verkopen zonnepanelen. Enkele afleveringen van dit blog vul ik met een feuilleton over de werking van zonnepanelen, het rendement, de aanschaf, de subsidies, het onderhoud, en wat er verder bij komt kijken. In deze tweede aflevering gaat het over de installatie. Wat moet je aanleggen om überhaupt zonnepanelen te kunnen aanschaffen?
Serieel of parallel
Zonnepanelen staan op of hangen aan het dak. Ze staan òf parallel òf serieel geschakeld. Parallel is niet eenvoudig, de doorsnee omvormer heeft niet zoveel aansluitingen want ieder kabeltje moet dan zijn eigen aansluiting op de omvormer hebben. De omvormer (of: inverter) is overigens het apparaat dat de gelijkstroom omzet in wisselstroom, waarover later meer.
Serieel geschakeld betekent dat de panelen van de één naar de ander doorgelust worden en aan het eind van de lijn (string) wordt het dan aan de inverter gekoppeld. Een nadeel van serieel geplaatste panelen is dat je moet zorgen dat er geen schaduw op de panelen valt, ergens schaduw beinvloedt de opbrengst van de hele set negatief.
De installatie ziet er zo uit: de panelen zijn verbonden door kabels die aan één of meerdere omvormers aangesloten zijn. Ieder exemplaar is aangesloten op zijn eigen stopcontact dat zonder onderbreking verbonden is met de meterkast waar een eigen groep gereserveerd is – wel met een schakelaar ertussen om de verbinding tussen groepenkast en inverter fysiek te kunnen onderbreken.
De meterkast
De bekabeling is minstens 4 mm^2 (4 kwadraat). Zes kan ook, en natuurlijk geldt hoe dikker de kabel hoe makkelijker de stroom er doorheen vloeit. Stroom heeft daardoor minder kans zich te verliezen in warmte en verliest de minste spanning. Men adviseert soms om een 16A groep te plaatsen maar wij hebben de ervaring dat optimaal opgestelde systemen daar gehakt van maken. 20A is beter (de A staat voor Ampère).
Een zonnepanelen-set bestaat dus uit de panelen buiten, de inverter(s) binnen en de aansluiting op de meterkast. De inverter zit aan een stopcontact en stuurt de opgewekte stroom zo het lokale stroomnet in. Het maximaal vermogen dat door een 16A groep kan is 16Ampere x 230V = 3680VA (een VA is een voltampère en gelijk aan één watt). Als je een opstelling hebt die maximaal presteert kan het dus maar zo zijn dat je in de buurt komt van de 3600VA. Daarom monteren we 20A groepen.
Wanneer klappen de stoppen
Iedere inverter zijn eigen groep. Heb je bijvoorbeeld 18 panelen van 280 Wp dan krijg je twee inverters. Elke inverter gaat in z’n eigen stopcontact want als je het samen op één groep zet en het werkt een beetje dan klappen de stoppen als je 2 * 2.680VA produceert (maximaal is immers 3.680VA).
Het wordt toch nog ingewikkeld, sorry, want u moet nog weten wat die inverter doet. Een inverter zet gelijkstroom om in wisselstroom. De panelen produceren gelijkstroom en de inverter regelt de omzetting naar het gebruikelijke wisselstroom. Een inverter is niet altijd een klein kastje, hoe groter het vermogen hoe groter de kast en hoe steviger de ventilatie. Bij het omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom ontstaat warmte, die moet worden afgevoerd. De inverters hebben daarom geforceerde ventilatie en dat hoor je, je kunt de inverter dus niet overal neerzetten. Eventueel kan je inverters ook droog buiten hangen, onder een dakje, uit wind en weer.
Samenvatting: wilt u panelen op uw dak dan heeft u een stopcontact nodig in de buurt van de plaats van de inverter(s). Dat contact wordt aangesloten op een aparte groep in de meterkast met bekabeling die dik genoeg s om de elektriciteit makkelijk te transporteren en met een schakelaar waardoor u de meterkast kunt loskoppelen van de panelen.
In de volgende episode gaan we in op het fenomeen terugleveren, hebben we het over terugdraaiende meters en over de netto opbrengst.
Dit is deel 2 van een feuilleton over zonnepanelen. Lees deel 1, 3, 4 en 5 ook!





