mei 092013
 

frieshollands rund

Stond je te dichtbij dan zat je onder de spetters. Ieder jaar op Nieuwjaarsdag, als mijn ouders Nieuwjaar gingen wensen bij m’n opa en opoe in Oudleusen, vloog de stront me om de oren. Er werd altijd wat knalvuurwerk van oudjaarsnacht achtergehouden, je had toen nog van die donderslagen en superdonderslagen, iets anders dan de lullige astronautjes die je nu hebt, en stak je drie van die dingen in een hoop stront dan had je de vuurkracht van een strijker en vloog het sky high. Nou ja, leuk toch voor een stads jochie in een grote wei?

Mijn grootouders hadden een boerderijtje, mijn opa was veehouder en -handelaar. Ik denk dat-ie 8, 10 koeien op stal had, max. Klein boertje, tegenwoordig heeft een gemiddeld bedrijf zo’n 80 beesten. Hij molk met de hand, had een grupstal zonder mechanische mestafvoer, voerde z’n kalveren melkpoeder en achter onder de hooischuur stond altijd een stier, waar ik, stads jongetje, alleen maar naar durfde te kijken door het ruitje naast de deur – en ‘k moest het ook niet wagen om in de buurt te komen! Opa had altijd wat kalveren, als we er waren en ik geluk had stond ik met mijn neus vooraan als er weer één geboren werd. In een paar betonnen hokken hield hij zeugen voor de fok, en ook daar zat ik bij te kijken als er weer 13 geboren werden. Mooi, mooi, mooi, een eldorado voor een jochie.

rivelino 434 FH stierHij hield vermoedelijk Fries Hollandse runderen, tot de jaren 70 was dat het gangbare ras in Nederland. Het is wat breed, kort en  gedrongen, niet zo mager maar stevig gebouwd, een dubbelkoe met een mooi afgebakende zwart wit tekening voor zowel melk- als vleesproductie. Een Fries Hollandse stier is een groot, imposant, stoer rund.

Wat je nu meestal ziet lopen zijn Holstein-Friesian runderen, een Amerikaans ras dat sinds de jaren 70 door de fokstations met succes in Nederland is geïntroduceerd. Het Holsteiner rund heeft de afgelopen decennia het Fries Hollandse rund verdrongen, ze produceerden meer melk.

Het stamboek van de Fries Hollandse runderen heeft ons nu gevraagd om de ICT te gaan doen. Kan je je voorstellen dat we daar geen enkel bezwaar tegen hebben?

Zitten we opeens midden in de uiervererving, lactatiewaarden, eiwitgehalten en fokwaardeschattingen.

Prima.

 

apr 062013
 

We krijgen een BB10 developer toestel, limited edition!

Ik mag van Mark niet meer over Blackberry schrijven, maar kan het toch niet laten hier even aandacht aan te besteden.

Als je een telefoon een heel spannende kleur geeft, je maakt er maar 12.000 wereldwijd van, je moet voor een bepaalde datum inschrijven en de tegenprestatie moet voldoen aan een aantal voorwaarden, dan zijn er nooit veel van die toestellen tegelijk in een ruimte, dan is die telefoon heel bijzonder.

Dat had die marketingman goed bedacht. Maak het exclusief en begeerlijk en ze rènnen voor je.

Klopt.

Ferrari rood is-ie, de Blackberry Z10 Limited Edition.

Wij krijgen er één.

De app die we voor het Blackberry 10 platform schreven voldeed aan alle eisen.

We zijn trots.

Blackberry Z10 LE

 

 

 

 

 

De eerlijkheid gebied te zeggen dat er nog wel wat te verbeteren valt aan die app maar het begin is er. We bouwden een HTML5/javascript app op de Webworks SDK, koppelden dat met json aan onze database en webwinkel. Je kunt kiezen uit een aantal producten, daar de details van zien en bestellen. Maar dat ga je vast niet doen nu, het resultaat is nog matig. De tijd was om, hij moest de 28e februari ingediend worden, ik zat als een echte programmeur om 1 uur ‘s nachts dat ding nog in te sturen. Aan de afronding moet daarom nog wel wat aandacht besteed worden.

Dat laat onverlet dat we de geste van Blackberry om ons één van de Limited Edition Z10′s te gunnen buitengewoon op prijs stellen.

En let op want de eerste de beste conferentie van Blackberry developers zie je me lopen met die Ferrari-rode Z10 in de hand. Daar zijn er maar weinig van. Dat had die marketingman goed begrepen.

 

 

PS We bouwen Backberry 10 en allerlei andere apps ook voor anderen, informeer naar de mogelijkheden.

 

apr 022013
 

bomen in een winkelgebied

We zitten al jaren op een bedrijventerrein. Voor ons pand knallen vrachtwagens over die betonnen driehoeken die de bosjes moeten beschermen, het regent bijna-ongelukken omdat rechts lang niet altijd voorrang heeft maar verder gaat ‘t best vaak goed, sinds 1998 nooit een dode en zelfs blikschade is te verwaarlozen. En er wil nog wel eens een malloot in een BMW M5 of een Dakar truck laten horen hoe ‘t met z’n testosteron is.

Binnenkort gaat ons terreintje op de schop, ze gaan het pimpen en mooi maken. Althans, dat heb ik van horen-zeggen, niemand heeft me een briefje gestuurd van ‘hoi, de straat gaat dicht en kijk, dit is de tekening’. Naar men zegt gaat het gebeuren als de andere ontsluitingsweg open gaat; er staan al bordjes in de straat met een F er op en dat duidt vast op “omleiding naar de Fokko Kortlanglaan”. Let op, kan niet lang meer duren.

Wilt u bij ons komen? Gebruik dan niet uw Tomtom, volg de F bordjes. Achterstevoren. Denk ik.

Wat doe ik op dat bedrijventerrein?

Waarom zit ik daar? Eigenlijk wil ik er wel eens weg. Ik geloof erin dat mensen en bedrijven gemengd wonen, niet mensen in een dorp en bedrijven op een terrein. Maar in 1998 was dit betaalbaar en daarom kwam ik er, de huren in het dorp waren veel te hoog. Inmiddels hou ik erg van mijn buurman maar ik vraag me steeds vaker af wat ik er verder nog doe. Mijn soort bedrijf moet niet op zo’n terrein zitten, we moeten ons in de kijker spelen, in de loop zitten. “Mensen kom binnen en pak een kopje thee, dan helpen we je even”.

Nieuwe economie

Sinds 2008 hebben we een nieuwe economie en de leegstand in het dorp begint nu serieuze vormen aan te nemen. Vijfentwintig panden staan leeg op 4 kilometer winkelgebied en zo had ik mijn begerig oog laten vallen op een voormalig winkelpand. Mooi met veel glas, op een goed punt, uitnodigend. Wel kleiner dan we nu hebben maar in het loopgebied. Ik vond het wel wat en had daarom een afspraak gemaakt met de verhuurder. Tijdens de rondleiding hoorde ik het al, de man had een prijs in zijn hoofd van ruim voor de crisis. Dat was jammer want ik had een modern bedrag bedacht.

Hij zat er niet mee zei hij. Hij kon het lijden en ging het wachten een tijd volhouden want huurders kwamen vast wel, en de huurprijs ging niet naar beneden. Later hoorde ik dat hij het bedrag verhoogd heeft ten opzichte van de huur die de vorige winkeliers betaalden.

Deze meneer zorgt voor leegstand omdat het hem uitkomt. In een dorp is dat onwenselijk, je moet het met elkaar leefbaar houden want anders loopt het leeg. In Ermelo was jarenlang een zomer-Blokker, met tuinstoelen en zo. Die staat nu ook leeg en is natuurlijk veel groter dan die kleine pandjes er omheen. Het resultaat van de leegstand is een grote lelijke zwarte vlek op een belangrijke plek en de verhuurder heeft er zo weinig voor over dat hij het pand niet eens heeft laten opruimen.

Tijden zijn veranderd, de huur(baas) nog niet

Ik wil graag het dorp in maar niet voor 24.000 euro op een C lokatie. Doe je me de helft dan kom ik praten. Vierentwintig mille kan je volgens mij sowieso vergeten, dat ga je niet meer verhuren, wake up! de wereld is veranderd, groei mee en pas je aan. Vijfentwintig lege winkels is nu al een ramp in een dorp maar het egoïsme, of de naïviteit, van de pandjesbaas zorgt voor verder toenemende leegstand en afnemende leefbaarheid. Let maar op, binnenkort gaat er een steen door de ruit.

Veel meer dan ‘Nieuw Winkelen’ of ‘Winkelen 2.0′ is het belangrijk dat consumenten zich fijn voelen in een dorp. Leegstand belemmert mensen om pret en plezier te maken, winkelstraten willen sprankelen en ondernemers en de gemeente moeten zich inspannen om gaten te vullen. Bomen, bankjes, gezelligheid, bier, straatorkesten en strijkjes, zorg altijd voor glimlachende klanten die het makkelijk vinden om geld bij je uit te geven. Geen centrum-manager maar elke twee jaar een nieuwe evenementenorganisator.

“Kom we gaan naar ‘t dorp want daar gebeurt altijd wat” is wat je wilt horen van je klanten.

Leegstand, lege straten en etalages en last minute boodschappen zijn killing voor een actief dorp, klanten knappen erop af. Als je het dan niet kunt verhuren beplak dan in ieder geval de ramen met een decoratieve print of vraag een lokale autodealer om er een tijdelijke showroom in te richten. Denk niet alleen aan jezelf, kleinere winkelpanden kan je ook short term verhuren, doe iets met muziek en beplanting, zet grote bomen neer en zet er bankjes bij. Ga voor kwaliteit en gezelligheid en doe dat ruimhartig.

Ik zie daar een actieve rol in voor de gemeente die met verhuurders gaat praten om de prijzen op een normaal niveau te krijgen. Dan kunnen die panden bezet worden door reclamebureaus, ICT-ers, detacheerders, marketing/promotiebedrijven en andere bedrijven die niet draaien op omzet per vierkante meter vloeroppervlak. Wat dat betekent voor de kwaliteit van je winkelgebied!

Met elkaar doe je dat. Want als je je onprettig voelt in je eigen omgeving ga je weg en ga je het ergens anders halen.

Nieuwe economie vraagt om nieuw denken en nieuwe verhoudingen, actieve gemeenten kunnen een voortrekkersrol spelen en snel weer voor consumenten aantrekkelijk worden.

Heel jaren vijftig, maar een setje dat met een kinderwagen door een bomenlaan wandelt is ten diepste toch wat je in je winkelcentrum wilt zien?

 

 

mrt 192013
 

turtle in plastic with growth disorder

De een na de andere fietser bekent doping gebruik (‘Voelde me gedwongen hetzelfde als anderen te doen’) terwijl nieuwe helden de Milaan-San Remo reden in de sneeuw – en mopperden dat de dopingcontroles van tegenwoordig ruimte overlieten om te sjoemelen.

Ik zat de hele middag vlak voor de tv gefascineerd naar La Primavera te kijken, en had voor die tijd de docu van Holland Sport nog even gezien. Kou, nattigheid, afzien en afdalen in ’26 gewone en drie haarspeldbochten’ en dan zijn er op het eind nog mannen die ogenschijnlijk onaangedaan een eindsprint kunnen inzetten en ‘m winnen! terwijl grote namen al lang in de bus zitten. Wielrennen is heroiek en daar doet geen Armstrong, Boogerd of Sörenson wat van af. Kom je na 300 km in die kouwe narigheid nog enigszins aanspreekbaar aan de meet dan ben je een geweldenaar.

Men had vaak doping nodig, blijkt nu, maar het is toch niet van de laatste jaren dat er gerommeld wordt? Was er in de tijd van TI/Raleigh ook niet zo’n schandaal, en bij TVM? Vast wel want als er één begint moet de rest van de fietsers ook.

De race lijkt in een overdrive te zijn geraakt. Een restaurant in Amsterdam serveerde z’n klanten 40 jaar paardenvlees terwijl het als runderbiefstuk op de kaart stond. Vreemd maar toen het uitkwam stonden de mensen rijen dik voor z’n brasserie, en niet om de boel in de fik te steken. De man kreeg een heldenbehandeling, en dat terwijl paardenvlees goedkoper is dan rund. Heel onhollands, hij had z’n klanten jaren belazerd en zijn nieuwe klanten maalden er niet om, ze wilden allemaal rund betalen voor paard. Maar we hebben geen idee wat voor antibiotica er de laatste jaren in gespoten wordt.

Edel dier

Paardenvlees was er ‘vroeger’ in ieder dorp, paarderookvlees kocht je overal. Het stierf uit toen meisjes van 12 op paarden gingen rijden in plaats van dat ze voor de ploeg gespannen werden. Het paard werd gezellig en dan eet je ‘m niet meer op hè, de laatste paardenslagers zijn al lang gesloten. Ondanks die meisjes wilde een rolstoelrijder laatst bij de slager in het dorp ‘een statement maken’, hij bestelde een paardebiefstuk. De slager had het niet, de rolstoeler moest een paar dagen wachten op z’n bestelling.

So much voor zijn statement.

De polder loopt voor minder verontwaardigd uit maar in dit geval is er slechts heldenverering en romantiek. Het paard terug op het menu, op de een of andere manier had het Gesundenus Volksempfinden deze keer geen mening. Hitsig Holland reageerde niet en ook niet op de andere uitwassen van massa-fabricage de afgelopen weken. Autotesten op grote schaal gemanipuleerd, één op 16 pas zonder zijspiegels en andere randjes, auto’s die niet goed genoeg geacht worden rijdt men zo lang in te hoge versnelling dat het verbruik vanzelf verandert. Je hoort er niemand over, je wordt bedonderd waar je bij staat en iedereen lijkt het stil te accepteren.

Waarom? Zijn we onze uitlaatkleppen kwijt, weten we de media niet te vinden? Zijn we murw, hebben we ‘er toch geen grip op’? Of vinden we ‘t eigenlijk wel best? Paardenvlees als exotisch alternatief voor de kost van alledag, verbouwde autotests bewijzen wat we toch al wisten en te goedkope zonnepanelen zorgen voor brand op je dak. Joe!

Microplastics in onze deodorant zorgen er o.m. voor dat de vis die we eten vervuild is, printers die supersnel afgedankt worden komen op de vulnisbelt terecht, smartphones die het nog prima doen gaan weg omdat er een nieuw model is, schaarse grondstoffen – die dus niet vervangen kunnen worden zoals lood, ijzer, koper – gaan bij het grofvuil. Want we moeten blijven consumeren, steeds meer en steeds meer.

Dat houden we niet vol, net zoals een wielrenner dat niet vol houdt.

We leven op doping.

Zouden we eens mee op moeten houden.

 

Lees meer over turn too en plastic soup

 

mrt 132013
 

koolmees, het is lenteHet is lente, kijk maar! Het licht is heel anders dan toen het nog februari was. En als het niet zo is dan toch want ik ben helemaal klaar met de winter, ik wil licht. Licht en zon en dan niet af en toe maar weken achter elkaar, kleur en vogeltjes en een bakje water met plantjes erin.’t Voelt al donker sinds september, donker, duister en nat. Zal wel niet zo zijn, ‘t is vast net als met Polen, ik had vroeger het idee dat daar de zon nooit schijnt maar dat viel uiteindelijk wel mee, ik ben er eens geweest en de zon deed niet anders dan schijnen.

Klimaatveranderingen gaan subtieler, daar ligt het vast niet aan, de duisternis zal wel in mijn hoofd zitten. Het valt ook niet mee in het enige land te wonen in Europa waar de crisis gewoon doordoet. Zelfs in Griekenland schijnt het nu weer beter te gaan en daar schijnt de zon ook nog eens de hele dag. Maar in Holland Gidsland – waar we altijd zo goed weten hoe anderen zich moeten gedragen – is het malheur alom en lukt het maar niet om elkaar weer aan de gang te krijgen. Aan Griekenland een voorbeeld nemen, wie had dat nou gedacht?

Een beetje lachen en plezier hebben. “Neem je de telefoon op met een glimlach?” leerde ik van de week mijn marketing assistente. Dat helpt want de klant aan de andere kant hoort het en je gesprek wordt er leuker van. Heb je meer kansen.

Toch?

Ik zocht het op, er is zelfs een ‘How to Approach Customers with a Friendly Smile For Dummies’:

Put a small, standing table mirror next to your telephone with a note on it that says “Smile.” This should remind you to smile during phone conversations with customers. People can actually hear your smile — your voice automatically expresses the tone of someone who’s friendly and helpful. Many people’s first or only contact with you may be over the phone. Leave them with a great impression!