apr 212013
 

“Slecht! Mijn benen doen zeer” bulderde hij. Hij was groot zat maar bulderen deed-ie normaal niet, hij sprak zacht en rustig, bestelde wat en zat aan een hoek van de bar of aan de statafel – met zijn ellebogen zo breed uit, handen samen – te kijken en te luisteren naar wat anderen allemaal deden.

Die week zou hij naar Aruba maar nu ging hij toch eerst die chemootjes maar doen, Aruba kon wachten. Drie weken geleden in het ziekenhuis was hij monter, kon wel zonder bezoek, even dit doen en dan weer naar huis.

Vorig jaar september had hij ook van die dikke benen, hij was gevallen en had tijdelijk steun gezocht bij een rollator waarmee hij veilig tussen zijn halletjes heen en weer kon. Kom eens een kop koffie drinken had-ie gezegd en op die zonnige septemberdag in zijn koninkrijk hing de rollator al weer tegen de wand aan. Een bank met een tafeltje erbij en nog zo’n luie stoel vulde de ontvangstruimte, deuren met bordjes uit de de tijd dat de hele hal nog door hem gebruikt werd en in zijn heilige der heiligen stond een groot houten bureau, een blad vol flessen whisky met kristallen glazen en van die realistische schilderijen aan de muur.

Mannenhonk, door de jaren heen bij elkaar verzameld, clubhuis voor hem alleen.

We wisten dat het niet goed ging, je schrikt toch als het nieuws komt. Zaterdag iets na acht uur overleed hij, het clubhuis is zijn bewoner kwijt.

Ayo, ayo, te despues Luuk, tot later!

 Posted by on 21 april 2013 at 21:10  Reacties uitgeschakeld voor Ayo, ayo, te despues Luuk!  Tagged with: