
Toen Microsoft in 1995 met Windows95 kwam werkte vrijwel iedereen nog met MS-DOS.
Kan je je niet meer voorstellen hè, dat een knipperende cursor het enige was.
Windows 3.1 was een bouwsel op MS-DOS. DOS moest eerst starten en ging dan pas Win31 laden. Ruwe graphics, er was weinig moois aan nog. Elementa, mijn bedrijf, bestond al en ik had wel klanten geprobeerd over te halen naar Windows te gaan maar dat lukte nog niet echt. Soms hielp een programma onder Windows de klant over de streep en dan maakte je een window vol met iconen zodat de rest van zijn programma’s ook gestart kon worden. Liever startte je een programma met een batchbestandje, Exact 5.1, Dbase4, wat had je nog meer? Van werken zoals we nu gewend zijn was geen sprake. DOS programma’s wisselden geen data met elkaar uit en daardoor was Windows3.1 meer een shell waarmee je programma’s kon starten dan een besturingssysteem zoals we dat nu kennen van WindowsXP of Win7.
Windows95 werd in augustus ’95 gelanceerd met een stevige marketingcampagne. “Start me up” van de Rolling Stones verwees nogal voor de hand liggend naar de Startknop die met Win95 haar intrede deed. Het was grafisch, het draaide DOS en Windows-programma’s maar had geen losse DOS meer nodig, en er was zelfs een flipperkast-spelletje meegeleverd. Het was awesome, echt.

Revolutie
Er werd zwaar ingezet op Plug-n-play. Windows95 integreerde DOS en was relatief makkelijk te configureren. Zat je vroeger te prutsen met config.sys en autoexec.bat bestanden, met Windows95 kwamen ook de Windows-programma’s en die namen de instellingen van Windows over. Windows detecteerde voortaan zelf wel dat er een nieuw kaartje in de computer zat, vechtpartijen met interrupts behoorden tot het verleden en had je in het begin voor DOS software nog die config.sys nodig, met een paar jaar was dat weg, ik heb in geen jaren meer aan config.sys gedacht.
Windows95 was een revolutie. De mensen waren uitgekeken op DOS, het was aan het eind van z’n levensduur, Windows95 was niets te laat. Drie jaar later kwam Windows98, de verbeterde versie, uit. Dat was de versie die het lang uithield, een beetje zoals WindowsXP dat later deed.
Windows NT 4.0 kwam als netwerkbesturingssysteem iets later, in 1996. Een soort van zware Windows voor de zakelijke markt waar je wel even aan moest wennen. Netwerken waren in die tijd van Novell Netware gemaakt. Novell was commandline georiënteerd, erg goed en werd dus binnen de kortste keren weggevaagd door de gebruiksvriendelijke interface van Windows NT4. Ongelooflijk zo snel als dat ging, 100% van de klanten liep op Novell en binnen een paar jaar was dat allemaal NT4.
It’s the interface, stupid!
Die interface is nu weer de kracht in de verandering. In Windows8 is de startknop weg en vervangen door grote aanraakbare rechthoeken, een scherm vol. Iedere rechthoek kan ook een widget zijn en geeft informatie door. De knop voor de mail laat bijvoorbeeld de relevante informatie uit de laatste twee mailtjes zien, de agendaknop vertelt wat op het programma staat.
Permanent beschikbaar
Windows8 communiceert veel meer met je dan het tot nu toe deed, het hele scherm praat met je. Heel is in zijn geheel anders dan tot nu toe, nu druk je op de knop om een programma te starten en op een andere knop voor de volgende. Op een iPhone is dat eigenlijk ook zo, stop and go. Je zit in een app en wil je naar een andere dan druk je op de hardware knop om het startscherm te krijgen zodat je een andere kunt starten. Wordt het te druk dan stop je die apps één voor één weer.
De nieuwe interface van de Blackberry 10 heeft gemeen met Windows8 dat er geen stop and go meer is. De applicaties lopen ergens en met een gebaar, een gesture, haal je ‘m naar voren en werk je er een tijdje op. Daarna gaat hij niet uit maar verdwijnt naar de achtergrond zo lang het nodig is.
Microsoft heeft daar Metro voor ontwikkeld, Blackberry doet het met QNX. Metro was er al een tijdje maar krijgt in Windows8 echt de ruimte. Het is intuïtief en gericht op apparatuur met een touchscreen. QNX bestaat ook al langer, je vindt het terug als embedded software in de autoindustrie, in de Blackberry Playbook en straks in het Blackberry 10 platform.
The big change
Deze beide interfaces gaan de manier waarop er met computers gewerkt wordt veranderen. Als je niet steeds meer applicaties hoeft te starten maar ze met een gebaar tevoorschijn kan halen duurt het niet lang meer of je bent eraan gewend dat de wereld om je heen vol zit met applicaties. Je pakt het apparaat waar die toepassing op woont, je geeft ‘m een slinger en verwerkt de informatie of wat er dan ook op gebeurt, en je laat het weer los. Via de cloud worden de andere apparaten met die software gesynchroniseerd en als je thuis komt pak je de draad weer op.
De scheiding tussen apps en programma’s gaat verdwijnen, het wordt één ervaring en het is helemaal niet zo belangrijk meer op welk apparaat je dat doet. De software is belangrijk, de app en het ecosysteem dat voor de integratie zorgt.
Die grote stap gaan we nu maken. Software rules.