Had een gesprek met een middenstander in een middelgrote stad ergens in het land in een volksbuurt en we werden steeds onderbroken door de bel die aankondigde dat er een klant binnenkwam. De klant gaat voor, hoe dan ook.
We zaten ‘achter’, een ruime plek, en dat is ook wel eens anders. Jaren 70 telefoon aan de muur, airco,videomonitor, een ruim keukenblok, tafel, drie tuinstoelen en wat losse voorraad. Achter nog een koelcel en een plaatsje. Het product? Kaas.
Dit is de winkel van een middenstander en met elkaar geven zij de stad een gezicht, zorgen voor leven, structuur en regelmaat. Zo’n mooi winkeltje, een hollandse vlag aan de gevel, rechts langs de wand schappen voor bijproducten en achter de toonbank planken met zijn producten. Duidelijk, helder, overzichtelijk, vriendelijk, vertrouwd. Zulke winkels wil je meer in je buurt.
Maar het is nog niet zo makkelijk om daar boodschappen te doen. Iedereen heeft na zijn werk haast en als je al tijd hebt dan ga je niet winkelen, dan ga je runshoppen: dwars door die super zo efficiënt mogelijk je spullen bij elkaar harken. Daar komt zo’n winkelier niet aan te pas, zijn glorietijd ligt op andere tijden. ‘k Zou zeggen tussen 11 en 3.
Tijdens mijn bezoek wordt de winkel goed bezocht door jonge moeders met kinderwagens, en door jonge moeders met kinderen die driehonderd keer de bel laten afgaan. Oudere buurtbewoners, een jongen in een witte caddy haalt even snel een half pondje, een mevrouw vergeet ook vandaag weer bijna haar eieren – gelukkig herinnert de kaasboer haar er aan.
Moderne tijden stellen moderne eisen. Het ijzer smeden als het heet is lukt niet meer van 8 tot 6. Wat is het ‘window’ van een kaasboer, denkt u?
Honger!
Winkelen klinkt romantisch maar dat is het niet. Die klanten brengen maar een beetje geld en wil je overleven dan heb je echte omzetten nodig. Iedere dag tussen 11 en 3 knallen vraagt veel energie en creativiteit. Productontwikkeling, aanpassen aan de klant, wat wil de buurt, die kantoren hebben ook honger, willen ze biologisch of massaspul?
Het plan?
- Kruip naar je klant toe. Wacht niet achter de toonbank maar zet het klaar, zorg voor gemak. Laat mensen bestellen, pak het alvast in en zet het klaar want voor ophalen is altijd wel tijd.
- Maak het exclusief, als het water in de mond loopt hebben je klanten het geld er zeker voor over.
- Ga in hun systeem zitten, stuur vaak een mailtje, maak ze lekker en geef ze gelegenheden te over om te genieten.
- Maak een plan en voer dat uit. Helemaal, van voor tot achter en laat je vooral niet afleiden door impulsen en korte termijn inzichten. Verzamel data, kijk op je website waarop mensen klikken en gebruik dat als leidraad. Klanten kennen zichzelf beter als jij.
“Man, van die nootjes word je dik!” De dame voor me draait zich om en kijkt me met priemende blauwe oogjes laatdunkend aan. Haar permanentje glanst blauw in de winkelverlichting en haar houding laat weinig te raden over: ‘Wat sta jij daar nou te kletsen?’ Ze draait zich weer om naar de winkelier voor haar bestelling maar blijft me uitdagen met haar houding: ‘wat ben jij gek zeg’. Ik geef het op, ga niet eens meer in discussie. Tegen zoveel volkswijsheid valt niet op te boksen.
Tip: ze moeten over je gaan praten.



