Apr 232013
 

Molenlaan_Rotterdam

Slotlaan nummer 1, boven de rouwkamer stond mijn wieg. In Kralingen, de wijk van Rotterdam waar het bombardement niet gekomen was. Woonde er kort, mijn kleuterschool begon daarna in nog zo’n mooie wijk, Hillegersberg. Daarna werd het nieuwbouw in de polder, en later Ommoord.

Men zegt dat ik een verwoestend Rotterdams accent had toen ik in Zwolle kwam wonen. Vond dat zelf wel meevallen eigenlijk, maar de bloemenman die me vanmiddag op de van Beethovensingel een bosje tulpen inpakte wenste me zo sappig een prettige middag met zijn bloemen dat mijn antwoord onwillekeurig net zo sappig was.

Rotterdam vind ik weer leuk. Toen ik een klein jochie was en naar de kapper moest op de Schenkel in Capelle was het overal vooral wederopbouw. Hoe dat precies was weet ik eigenlijk niet, soms zie ik foto’s van kale vlakten maar die waren destijds blijkbaar zo normaal dat ik er geen beeld van heb. Ik herinner me die kapper wel, hij had van dat papier rond de hoofdsteun en knipte gruwelijk.

Rotterdam organiseerde C70, ‘k was elf en reed die koninginnedag op mijn fiets met een wasknijper en kartonnetje heel hard door de straat lawaai te maken. De stad stond vol met van die glasvezel koepeltjes en overal was cultuur. Rond mijn 17e was de stad agressief, je werd waanzinnig slecht geholpen in winkels, een gote bek kon je krijgen. Uitgaan was een drama,  er was nog niet zo veel en je reed je lam van de ene kant naar de andere. De Binnenweg was een slechte plek met heroinehoertjes, geweld en dope, de Kruiskade was domein van Surinaams Rotterdam en men zei dat je daar niet moest komen. Dat viel in de praktijk trouwens nog wel mee. Ik hing wel rond in La Vagabond, een kroeg aan het begin van de Binnenweg, veel muziek en zo. Was leuk, de kroeg is daar nu weg en zit ergens verderop in een ander pand, er is heel slechte oude en vervallen 80’s nieuwbouw voor in de plaats gekomen. Da is wel minder, verder is de straat enorm opgeknapt.

Vijftien jaar na La Vagabond was de stad wel weer tof, mensen waren aardig en blij maar toen was ik vertrokken en heb de rest van de ontwikkeling van de stad vanaf een afstandje meegemaakt. Ik kom er nu wel weer wat vaker, heb er een klant en geniet er van om er weer heen te rijden, rij er een stukje voor om.

Mijn pa had een zaak op de Freericksplaats, daar bracht ik veel tijd door. Vanmiddag wilde ik een bosje bloemen kopen voor een tante en bedacht me dat die Hillegersbergse bloemenkiosk nog daar op de Weissenbruchlaan moet staan. Klopte helemaal, net zoals dat de Aldi op de hoek van de Le Fèvre de Montigny er al 40 jaar zit en Kam Sang, de Chinees, er nog steeds bijhoort. De kiosk had geen bloemen maar ik zag in het wegrijden een straatnaambordje, Prinses Beatrixplantsoen. In geen jaren gezien, ik rook die speciale lucht van eendenpoep en watervogels, van de singel en ik zag het brugje dat over de sloot ligt. Vroeger ging ik daar vissen.

Hillegersberg, Kralingen, Schiebroek, 110 Morgen, de Argonautenweg, van Beethovensingel, Streksingel, de Molenlaan met die prachtige monumentale platanen, de Straatweg! Straten met namen als Borgsatelaan (in schooljongenstaal de Borg Sateh laan), Terbregselaan, Straatweg, Berglustlaan (21b) maar ook Avenue Concordia, Kralingse Plaslaan, Jericholaan en 2e Jericholaan. Ik was het niet persé vergeten maar wat is Rotterdam toch een mooie stad.

De bloemenverkoper vanmiddag was in een goed humeur en hij ging er gewoon vanuit dat ik met zijn tulpen een prima middag ging hebben, en dus wenste hij me hartelijk een prettige blije middag.

Op z’n Rotterdams.

 

Sorry, the comment form is closed at this time.